Maar ik zou het doen
Zo goed ken je me nog niet
En ik mezelf ook niet
Maar ik zou het doen
Het zou een dag als deze zijn
Overgoten door uitbundigheid van zonnestralen
Een onverwacht zomerse aprildag
Een dag om halverwege al te besluiten je lange broek in te wisselen voor zwierige rok
Het blousje voor een topje
En dan
Tas pakken met het hoognodige
Een telefoon, portemonnee en zonnebrand
Zonnebril al op mijn neus
Donker en in stijl zoals verwacht
Want een dag als deze vraagt om stijl, flair, veel lachen en vooral vrijheid
Tanken dat eerst
Daar staat ze dan
Rok in de wind, geen ogen door de zonnebril
Dat trekt dan ook de ogen van omstanders
Ja gaan jullie maar
In je pak en mantelpak
Ga maar naar je bureautje
Doe je best, wees belangrijk
Vandaag doe ik niet mee
Daar sta ik
In de file, ramen open, 3 fm
Zelfs de muziek doet mee vandaag
Alles lijkt te kloppen
Kom stap in! roep ik vanachter het stuur.
Je doet het en mijn hart juicht al
Je kiest voor Leven, je laat vandaag alles achter
Daar gaan we, zeg ik en mijn ogen verraden het springen van mijn hart.
Maar het geeft niet, vandaag niet.
Ik straal en jij ook. Je ogen. Je ogen.
Langzaam laat je je gaan. Langzaam laat je los.
En langzaam laat je toe. Toe maar. Doe maar. Bij mij ben je veilig.
We rijden en stoppen bij het verlaten strand.
Echt verlaten is het niet, daar doet de zon teveel haar prachtige best voor.
Maar verlaten klinkt zo mooi.
We hebben ze gekocht. De vliegers. Net als in de film, net als in het boek.
We gaan de strijd aan. De wind is goed, de spanning heerlijk heftig.
Jij, meer ervaren. Ik, vol overgave. Hier hou ik van. De vlieger scheert door de lucht.
Wild laat ik hem dansen, duiken, dan weer zweven. Brutaal, bijna agressief. Dan zo rustig, tegenstellig en risico.
Jij lacht erom. Jij doet je ding zoals je bent. Mooi.
Hier kunnen we zijn. Hier ben ik. Zo ben ik en het is goed.
We gaan de strijd aan, je doet nog voorzichtig. Maar als je merkt dat ik fel ben, mijn felheid het wint van mijn onervarenheid, dan laat je zien wat je kunt. De lucht van je hart breekt open. Vol gaan we ervoor en natuurlijk durf je me niet te snijden. Maar ik daag je uit en uiteindelijk doe je het. Lachend schreeuw ik. Lachend duikel en ren ik achter mijn vlieger aan. Jij lacht. Jij geniet. De zon voelt warm op je huid. Je voelt de spanning van je afglijden.
We zitten een poosje. We lopen een poosje. Belanden op een terras en drinken. Toasten op het Leven. Waarom het toch zo lastig is om echt te Leven. We weten het zo goed. Te goed dat ook. Als we gaan en het al lang aan het schemeren is vertellen we. De dagelijkse dingen. De diepere lagen. Waarom het wakker liggen. We vertellen over onze spoken. Geven ze namen. We laten elkaar gewoon zijn. Wat geeft het. Vandaag moeten de spoken zwijgen. Vandaag leggen we alles het zwijgen op en vooral, vooral onze meest eigene gedachten. Vooral de realiteit overschreeuwen we na er uren over gepraat te hebben.
Want de tijd is daar om te laten gaan. En alle heftigheid, alle zorgen, alle vraagtekens, alle onverstandigheid, wanhopigheid, radeloosheid, alles en meer, bundelen we samen in passie. Ongekende passie. Omdat het niet kan, maar o zo noodzakelijk is.
En als dat het is en als dat het niet is of misschien ooit, nooit zal zijn of niet zal zijn.
Alle twijfel zou ik je afnemen. Want het is goed zo.
Lig maar niet wakker
Ga nu maar slapen
Het is goed zo
En ik streel je over je hoofd. Streel je ogen toe.